Infoblad jeugdvakantie-uitkeringen (C103)

Dit informatiedocument "Uitkeringsaanvraag jeugdvakantie-uitkeringen" biedt u een overzicht van uw rechten en plichten en van de belangrijkste zaken die u als aanvrager van jeugdvakantie-uitkeringen moet weten.

NIEUW: Dien vanaf 15 juli je aanvraag jeugdvakantie online in. Zo kunnen we je aanvraag sneller verwerken.

Wat moet u doen?

Dien na een eerste periode van jeugdvakantie een uitkeringsaanvraag in

Neem hiertoe contact op met de HVW, ook als je nog niet in het bezit bent van de nodige documenten. 

Je aanvraag doe je met het formulier C103-jeugdvakantie-werknemer. Je kan het bekomen bij de HVW. Je werkgever doet een elektronische aangifte (aangifte scenario 9 genaamd). De print van deze elektronische aangifte scenario 9 die je ontvangt van je werkgever, moet je niet indienen bij de HVW.

Werkte je in december van het voorgaande jaar nog niet bij je huidige werkgever, dan moet je bovendien een C4 van een vorige werkgever indienen, om voldoende arbeidsprestaties in het vorig jaar aan te tonen.

Vervolgens zal je werkgever, op je verzoek, na elke maand waarin je aanspraak maakt op jeugdvakantie, via elektronische weg een bewijs van jeugdvakantie indienen. Dit bevat de gegevens die nodig zijn om je jeugdvakantie-uitkeringen voor die maand te berekenen. Zo kan de HVW je correct betalen.  

Telkens hij een elektronische aangifte doet, geeft je werkgever je hiervan, ter informatie, een leesbare print; die moet je niet indienen.

Lees de uitleg op de keerzijde van het formulier C103-jeugdvakantie-werknemer.

Neem onmiddellijk contact op met de HVW

  • wanneer je voor (halve) jeugdvakantiedagen een beroeps of vervangingsinkomen (bvb. ziekte-uitkeringen of een vergoeding tijdelijke ongeschiktheid ingevolge een arbeidsongeval) ontvangt;
  • in geval van wijziging van adres of rekeningnummer;
  • wanneer je tijdelijk werkloos wordt of ontslagen wordt.

De toelating tot het recht op jeugdvakantie-uitkeringen

Het recht op jeugdvakantie-uitkeringen

Indien je

  • op 31 december van het vakantiedienstjaar (het jaar voorafgaand aan het jaar waarin je jeugdvakantie neemt) de leeftijd van 25 jaar nog niet bereikt hebt;
  • in de loop van dat vakantiedienstjaar je studies beëindigd hebt;
  • na die studies, in de loop van dat vakantiedienstjaar, minstens één maand verbonden was door een arbeidsovereenkomst (een tewerkstelling in het onderwijs of een tewerkstelling met een vakantieregeling “openbare dienst” tellen niet mee) en tijdens die arbeidsovereenkomst minstens gedurende 70 uur gewerkt hebt,

en je, op het ogenblik dat je vakantie neemt, verbonden bent door een arbeidsovereenkomst waarop de vakantieregeling van de privésector toepasselijk is, dan heb je recht op jeugdvakantie. Dit wil zeggen dat je recht hebt op in totaal 4 weken vakantie, eerst neem je al je gewone betaalde vakantie op, berekend op grond van je arbeidsprestaties in het voorgaand jaar, ter aanvulling ontvang je een aantal jeugdvakantie-uitkeringen, berekend zoals hieronder uitgelegd.

De uitputting van de gewone dagen betaalde vakantie

Het totaal aantal jeugdvakantie-uitkeringen dat je kan ontvangen, hangt af van:

  • het aantal gewone betaalde vakantiedagen waarop je recht hebt (berekening: zie keerzijde formulier C103-jeugdvakantie-werknemer); 
  • je tewerkstellingsbreuk, dit is je normale arbeidstijd per week ten opzichte van een voltijdse werknemer, op het ogenblik dat je vakantie neemt (= Q/S, zie rubriek IV van het formulier C103-jeugdvakantie-werknemer). 

Je kan pas jeugdvakantie-uitkeringen ontvangen na de uitputting van de gewone dagen betaalde vakantie. Om nauwkeurig te tellen wordt het totaal van vier weken vakantie, rekening houdend met je normale werktijd, en het totaal aantal betaalde vakantiedagen, omgezet in uren. Enkel de vakantie-uren die het aantal betaalde vakantie-uren te boven gaan worden in jeugdvakantie-uitkeringen omgezet.
Niets belet dat je je vakantie bij verschillende werkgevers neemt. Steeds geldt: vier weken vakantie in totaal, jeugdvakantie-uitkeringen worden slechts toegekend na uitputting van de dagen (uren) gewone betaalde vakantie.

Voorbeeld :

Je werkte vorig jaar halftijds (19/38) gedurende 6 maand. Je verwerft daarmee 2 weken, dit is 2 x 19u (= 38u) of 6 (‘volledige’) dagen betaalde vakantie. 

Mogelijkheid A:
Veronderstel nu dat je in het vakantiejaar nog steeds 19/38 werkt en twee weken vakantie neemt. Dit staat gelijk met het uitputten van 2x 19u (= 38u) of 6 dagen betaalde vakantie. Daarmee is de betaalde vakantie precies uitgeput. De overige twee weken kan je  dus jeugdvakantie-uitkeringen krijgen (2 x 19 u, zie berekeningswijze hieronder).

Mogelijkheid B: 
Veronderstel dat je in het vakantiejaar voltijds bent beginnen werken. Je neemt eerst twee weken vakantie. Dit staat gelijk met het uitputten van 2 x 38 u of 12 dagen betaalde vakantie. Er is slechts 38 u of 6 dagen betaalde vakantie uit te putten. De tweede week en de overige twee weken kan je jeugdvakantie-uitkeringen krijgen (3 x 38 u, zie berekeningswijze hieronder).

Het bedrag van de jeugdvakantie-uitkering

De invloed van het loon

Het bedrag van een jeugdvakantie-uitkering is in principe gelijk aan 65% van je normaal brutoloon, begrensd tot 2.297,90 euro. Dit percentage geldt bij benadering aangezien er rekening gehouden wordt met loonschijven. Het maximum van één jeugdvakantie-uitkering = 57,45 euro.

De berekening van de maandelijkse jeugdvakantie-uitkering

Je ontvangt een aantal uitkeringen dat gelijk is aan het aantal vakantie-uren, vermenigvuldigd met 6 en gedeeld door de factor S, zijnde de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van de voltijdse werknemer. Je werkgever vermeldt deze gegevens op het formulier C103-jeugdvakantie-werkgever.

Voorbeeld: je werkt in de 38 uren week (7 uur en 36 minuten per dag, decimaal uitgedrukt 7,6 uur) en je neemt 3 dagen jeugdvakantie (22,8 uur).

Het aantal jeugdvakantie-uitkeringen bedraagt (22,8 x 6) / 38 = 3,6 of afgerond 3,5.

Er wordt afgerond naar 0 voor getallen eindigend op 0,01 tot 0,24
naar 0,5 voor getallen eindigend op 0,25 tot 0,74
en naar 1 voor getallen eindigend op 0,75 tot 0,99.

(Voor bovenstaande voorbeelden: Vb. A: (2 x 19) x 6 / 38 = 6, Vb. B: (3 x 38) x 6 / 38 = 18)

Er wordt een bedrijfsvoorheffing ingehouden. Dit wordt vermeld op je rekeninguittreksel ter gelegenheid van de betaling, naast het dagbedrag, het aantal vergoede dagen uitgedrukt in de zesdagenweek en de eventuele inhoudingen.

De informatie die zal vermeld worden op het rekeninguittreksel, is de volgende:

  • een code die aangeeft dat het op je zichtrekening overgeschreven bedrag in beperkte mate tegen beslag wordt beschermd: /B/. (vanaf 11/12/2006);
  • je INSZ identificatienummer sociale zekerheid (zie de achterkant van je identiteitskaart);
  • de maand waarop de betaling betrekking heeft;
  • het aantal uitkeringen (in de zesdagenweek) gevolgd door de letter D (bijvoorbeeld 5D);
  • het bedrag per dag waarop je recht hebt;
  • het totale brutobedrag;
  • de inhoudingen: de code FIS staat voor de bedrijfsvoorheffing, de code INH staat voor alle andere inhoudingen (beslag, lidgeld, terugvorderingen).

Bijvoorbeeld: /B/ 63070631523 04/13 5DX54,78: 273,90 FIS: 27,64 INH: 50

Als er meerdere dagbedragen in dezelfde maand van toepassing zijn (bijvoorbeeld tijdelijke werkloosheid en jeugdvakantie-uitkeringen), wordt het totale brutobedrag voor die maand meegedeeld na de vermelding BRUTO. Het aantal dagen en de dagbedragen worden dan niet vermeld. Voor details omtrent die betaling kan je bijkomende informatie verkrijgen bij de HVW.

Je uitkering is vatbaar voor afstand of beslag. Voor concrete informatie over de berekening van deze inhouding kan je zich wenden tot de HVW.

Het bedrag van de jeugdvakantie-uitkering wordt vastgesteld door het werkloosheidsbureau van de RVA. Van zodra de HVW op de hoogte is van deze beslissing, zal de HVW je hieromtrent informeren.

Twijfel je aan de juistheid van een betaling, neem dan contact op met de HVW. Als je ondanks de uitleg nog steeds niet akkoord gaat met de betaling, kan je aan de directeur van het werkloosheidsbureau vragen het probleem te bekijken. Gebruik hiervoor het formulier C167.3, beschikbaar bij de HVW.

Wens je meer info?

De voormelde uitleg geeft slechts de algemene regels weer. Voor meer informatie kan je bij de HVW terecht. Je kan infobladen verkrijgen waar gedetailleerd wordt ingegaan op de verschillende onderwerpen. Je vindt ook informatie op de website van de RVA (www.rva.be) of op deze website.

Laatste aanpassing: 15/07/2021