Infoblad Volledige werkloosheid (C3A)

Dit informatiedocument "Uitkeringsaanvraag als volledig werkloze"(met een controlekaart C3A) biedt u een overzicht van uw rechten en plichten en van de belangrijkste zaken die u als werkloze moet weten.

Wat moet u doen?

Dien bij het begin van uw werkloosheid een uitkeringsaanvraag in

Neem hiervoor onmiddellijk contact op met de HVW, zelfs al bent u nog niet in het bezit van alle nodige formulieren. De HVW zal u dan de nodige informatie geven en u, indien u niet opteert voor het gebruik van een elektronische controlekaart, in het bezit stellen van een papieren controlekaart.

Lees de uitleg op de controlekaart aandachtig.

Schrijf u in als werkzoekende

U moet binnen de 8 dagen na uw eerste werkloosheidsdag contact opnemen met de bevoegde dienst voor arbeidsbemiddeling: VDAB (te Brussel: ACTIRIS). Het bewijs van inschrijving wordt vermeld op uw papieren controlekaart of op een apart attest. Dien dit attest, in voorkomend geval samen met uw papieren controlekaart, in bij de HVW.

De VDAB (ACTIRIS) helpt u bij uw zoektocht naar een job.

Zoek actief naar werk

Om recht te hebben op uitkeringen, moet u onvrijwillig werkloos zijn. Dat betekent onder meer dat u niet mag weigeren in te gaan op een aanbod van passend werk of van een opleiding. Weigert u dit zonder geldige reden, dan kunnen uw uitkeringen geschorst worden.

U moet ook beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt. Dat betekent dat u:

  • actief moet meewerken met de begeleidings-, opleidings-, werkervarings- of inschakelingsacties die de VDAB (ACTIRIS) u kan voorstellen;
  • zelf actief naar werk moet zoeken, bijvoorbeeld door regelmatig de werkaanbiedingen te raadplegen en te antwoorden op aanbiedingen die zich voordoen, door spontaan te solliciteren bij mogelijke werkgevers, door u in te schrijven bij aanwervings- of selectiebureaus of bij interimkantoren, …

Het zijn de VDAB voor het Vlaams Gewest, de FOREM voor het Waals Gewest, de ADG voor de Duitstalige Gemeenschap (sinds 1 januari 2016), en ACTIRIS voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (sinds 1 januari 2017) die de beschikbaarheid van de werklozen van hun ambtsgebied zullen controleren. Voor meer gedetailleerde informatie over de controleprocedure die wordt toegepast in de gewesten, kunt u de website raadplegen van het bevoegde gewest (www.vdab.be, www.forem.be, www.actiris.be of www.adg.be).

Outplacement (CAO 82)

Wanneer uw werkgever verplicht is u een outplacement aan te bieden in toepassing van CAO 82, dan moet u:

  1. dit outplacementaanbod aanvaarden en meewerken aan de outplacementbegeleiding;
  2. uw werkgever tijdig in gebreke stellen indien hij u geen outplacement aanbiedt binnen de vastgestelde termijn.

Bent u ontslagen in het kader van een herstructurering en is er een tewerkstellingscel, dan moet u zich inschrijven in die tewerkstellingscel, het outplacementaanbod aanvaarden en eraan meewerken.

Komt u de bovenstaande verplichtingen niet na zonder geldige reden, dan kunnen uw uitkeringen (tijdelijk) geschorst worden. U kunt bij de HVW het inlichtingenblad over uw rechten en plichten inzake outplacement bekomen.

Gebruik van de elektronische of papieren controlekaart

Op de dagen waarop u werkloos bent (ook zaterdagen, zondagen en feestdagen) vult u niets in. Werkt u, maak dan het vakje van die dag zwart vooraleer u het werk aanvat. Bij ziekte vult u de letter Z in, bij vakantie de letter V. Gebruik voor het invullen van de papieren controlekaart onuitwisbare inkt.

Houd de papieren controlekaart altijd bij u, zodat u ze bij een eventuele controle onmiddellijk kunt voorleggen.

De door vakantiegeld gedekte dagen moet u vóór het einde van het jaar opnemen. Doet u dat niet, dan zullen deze worden afgetrokken van uw uitkeringen van de maand december.

Ten vroegste op het einde van de maand bevestigt u de gegevens van uw ingevulde elektronische controlekaart of brengt u de papieren kaart ingevuld en ondertekend bij de HVW binnen.

Om na te gaan of u effectief in België verblijft, kan de RVA u een brief sturen. In dat geval meldt u zich met die brief persoonlijk aan bij uw gemeentebestuur of bij het plaatselijk RVA-kantoor (werkloosheidsbureau). Deze dienst vervolledigt de brief. Dien deze in op het einde van de maand, in voorkomend geval samen met uw papieren controlekaart.

Bent u 60 jaar of ouder, dan bent u niet verplicht een controlekaart (elektronische of papieren) te gebruiken. Vraag hierover uitleg aan de HVW.

Neem onmiddellijk contact op met uw HVW-kantoor 

  • in geval van wijziging in uw gezinssituatie, adres, rekeningnummer;
  • wanneer u opnieuw uitkeringen wil vragen na een onderbreking van uw werkloosheid gedurende minstens vier weken (ziekte, werkhervatting, uitsluiting,…);
  • vooraleer u deeltijds begint te werken, een bijberoep aanvat of vrijwilligerswerk verricht;
  • vooraleer u een studie of opleiding aanvat;
  • indien u 55 jaar of ouder bent en opnieuw begint te werken: misschien komt u in aanmerking voor een werkhervattingstoeslag.

Bij aanvang van een periode zonder recht op werkloosheidsuitkeringen volstaat het dat u dit op uw controlekaart vermeldt zoals deze dit voorschrijft. Bijvoorbeeld: voltijdse werkhervatting, vestiging als zelfstandige, ziekte, onbeschikbaarheid voor werk, verblijf in het buitenland, ... U hebt geen andere verplichtingen tegenover de RVA. U kunt bij de HVW uitleg krijgen over wat u moet doen om nadien terug uitkeringen te ontvangen.

De toelating tot het recht op uitkeringen

Het recht op werkloosheidsuitkeringen

Hebt u voldoende lang gewerkt als loontrekkende, dan kan u recht hebben op een werkloosheidsuitkering. In een referteperiode, gelegen voor uw uitkeringsaanvraag, moet u voldoende arbeidsdagen bewijzen.

LeeftijdVereiste arbeidsdagenIn referteperiode
minder dan 36 jaar312 arbeidsdagen (12m)21 maanden 
van 36 tot en met 49 jaar468 arbeidsdagen (18m)33 maanden
vanaf 50 jaar624 arbeidsdagen (24m)42 maanden

Sommige niet-gewerkte dagen worden met arbeidsdagen gelijkgesteld (bv. dagen betaalde vakantie, ...). De referteperiode kan worden verlengd door allerlei omstandigheden, bv. een zelfstandige activiteit, verlof zonder wedde voor opvoeding kind… U wordt ook toegelaten indien u voldoet aan de voorwaarde gesteld voor een hogere leeftijdsgroep. Bovendien bestaan er bijzondere regelen die gunstiger zijn, bv. voor personen ouder dan 36 jaar.

Wie vrijwillig deeltijds heeft gewerkt, moet hetzelfde aantal halve arbeidsdagen aantonen in de voormelde referteperiode, verlengd met zes maanden. Er bestaan uitzonderingen waarbij de vrijwillig deeltijdse werknemer gelijkgesteld wordt met een voltijdse werknemer.

Het recht op werkloosheidsuitkeringen na een onderbreking

Vraagt u binnen de 3 jaar na uw laatst vergoede dag opnieuw werkloosheidsuitkeringen aan, dan wordt u weer toegelaten zonder een nieuwe wachttijd of arbeidsperiode te moeten bewijzen. De periode van drie jaar kan verlengd worden om dezelfde redenen als de referteperiode bedoeld in de vorige paragraaf.

Vaststelling van het bedrag van de uitkering - Toeslagen

De invloed van de gezinssituatie

Het bedrag van de werkloosheidsuitkering is afhankelijk van uw gezinssituatie.

Er bestaan 3 categorieën: 

  1. Categorie A (samenwonende met gezinslast): u woont samen met een partner die geen inkomen heeft of u woont samen met andere familieleden die geen inkomen hebben of u woont alleen en betaalt onderhoudsgeld;
  2. Categorie N (alleenwonende): u woont alleen en betaalt geen onderhoudsgeld;
  3. Categorie B (samenwonende zonder gezinslast): in alle andere gevallen.

De evolutie van de uitkeringen in de tijd

Het bedrag van de werkloosheidsuitkering (na arbeidsprestaties) verlaagt trapsgewijs, naarmate u langer werkloos blijft. Het aantal fases die u kan doorlopen, hangt af van uw beroepsverleden:

  • de fases 11, 12 en 13 noemen wij de eerste vergoedingsperiode;
  • de fases 2A, 2B, 21, 22, 23, 24 noemen wij de tweede vergoedingsperiode;
  • in de kolom "aantal maanden" wordt het aantal maanden weergegeven dat uw uitkering op dat niveau blijft.

Het bedrag van uw werkloosheidsuitkering stemt overeen met een percentage van uw brutoloon. Bij een eerste aanvraag wordt in principe rekening gehouden met het laatste brutoloon, begrensd tot 2.700,75 euro. Het uitkeringsbedrag overeenstemmend met elke fase wordt als volgt vastgesteld:

VergoedingsperiodeBedrag ABedrag NBedrag BAantal maanden
1e vergoedingsperiode - fase 1165% van uw loon begrensd tot 2700,75 euro65% van uw loon begrensd tot 2700,75 euro65% van uw loon begrensd tot 2700,75 euro3
1e vergoedingsperiode - fase 1260% van uw loon begrensd tot 2700,75 euro60% van uw loon begrensd tot 2700,759 euro60% van uw loon begrensd tot 2700,75 euro3
1e vergoedingsperiode - fase 1360% van uw loon begrensd tot de middenloongrens60% van uw loon begrensd tot de middenloongrens60% van uw loon begrensd tot de middenloongrens6
2e vergoedingsperiode - fase 2A60%55%40%2
2e vergoedingsperiode - fase 2B60%55%40%Max. 10
2e vergoedingsperiode - fase 21Vorig vak - 20% van het verschil tussen vorig vak en forfaitVorig vak - 20% van het verschil tussen vorig vak en forfaitVorig vak - 20% van het verschil tussen vorig vak en forfaitMax. 6
2e vergoedingsperiode - fase 22Vorig vak - 20% van het verschil tussen vorig vak en forfaitVorig vak - 20% van het verschil tussen vorig vak en forfaitVorig vak - 20% van het verschil tussen vorig vak en forfaitMax. 6
2e vergoedingsperiode - fase 23Vorig vak - 20% van het verschil tussen vorig vak en forfaitVorig vak - 20% van het verschil tussen vorig vak en forfaitVorig vak - 20% van het verschil tussen vorig vak en forfaitMax. 6
2e vergoedingsperiode - fase 24Vorig vak - 20% van het verschil tussen vorig vak en forfaitVorig vak - 20% van het verschil tussen vorig vak en forfaitVorig vak - 20% van het verschil tussen vorig vak en forfaitMax. 6
Forfaitaire vergoedingsperiodeForfaitForfaitForfaitOnbeperkt

Wenst u het maximum- en minimumbedrag – afhankelijk van de gezinssituatie – in de verschillende fases te kennen, raadpleeg dan het infoblad T67.

De evolutie van de uitkeringen in de tijd – uitwerking van het basisschema

Het verloop van uw uitkeringen zal in veel gevallen afwijken van het bovenstaande schema. De belangrijkste redenen zijn:

De duur van de tweede vergoedingsperiode vanaf 2B (2B tot 2.4) is afhankelijk van uw beroepsverleden. Per jaar beroepsverleden krijgt u 2 maanden extra in deze periode.

Voorbeeld 1: U hebt nog maar 1 jaar beroepsverleden. U krijgt dus 2 maand toegevoegd (fase 2B). Na 16 maand werkloosheid (11+12+13+2A+2B) valt u terug op het forfaitbedrag;
Voorbeeld 2: U hebt 15 jaar beroepsverleden. U krijgt dus 30 maanden (15 x 2m) toegevoegd: 10 maanden fase 2B, 6 maanden fase 21, 6 maanden fase 22, 6 maanden fase 23 en 2 maanden fase 24.

Een blijvende fixering van uw uitkeringsbedrag in de tweede vergoedingsperiode is mogelijk. U geniet dit voordeel vanaf het ogenblik waarop u:

  • na oktober 2012, de leeftijd van 55 jaar bereikt;
  • bewijst dat u beschikt over een voldoende lang beroepsverleden (lees het infoblad T67 voor meer informatie);
  • volgens een arts aangesteld door de RVA, minstens 33% blijvend verminderd arbeidsongeschiktheid bent.

De blijvende fixering heeft tot gevolg dat u (voor zover er geen indexaanpassing is en uw gezinssituatie niet wijzigt) tijdens de verdere duur van uw werkloosheid hetzelfde bedrag zal ontvangen. Het betreft:

  • ofwel het bedrag van de fase 2A, indien u op dat ogenblik al voldoet aan een van de voormelde vereisten;
  • ofwel het bedrag van een latere fase waarin u voor het eerst voldoet aan één van deze vereisten. 

Na één of meer werkhervattingen gedurende voldoende tijd geniet u een terugkeer naar de eerste periode. Dit betekent dat u opnieuw de hogere uitkeringen geniet die gelden vanaf fase 11. Onderstaande tabel geeft weer hoeveel arbeid binnen welke periode nodig zijn om de terugkeer te bekomen.

Voltijdse of deeltijdse arbeid?Hoe lang duurt de referteperiode?Hoeveel arbeid?
voltijds (of deeltijds met een loon dat minstens gelijk is aan het referteloon [€1.593,81] of met een wekelijkse arbeidsduur minstens gelijk aan vier vijfden)18 maanden12 maanden arbeid
minstens halftijds "met behoud van rechten" met of zonder aanvullende uitkering (IGU)33 maanden 24 maanden arbeid
minstens één derde "met behoud van rechten" zonder aanvullende uitkering (IGU)45 maanden 36 maanden arbeid

In andere gevallen worden de einddata van de lopende en toekomstige fases opgeschoven met de duur van de tussenkomende gebeurtenis. Op die manier dalen uw uitkering niet verder terwijl u er geen beroep op doet. Dit is onder meer het geval bij: 

  • voltijds of deeltijds (zonder inkomensgarantie-uitkering) werken gedurende minstens 3 maanden;
  • werken als zelfstandige gedurende minstens 6 maanden;
  • hervatten van voltijdse studies (zonder uitkeringen) gedurende minstens 6 maanden.

Voorbeeld: U geniet, op grond van een beroepsverleden van 6 jaar, 10 maanden fase 2B gevolgd door 2 maanden fase 21, daarna volgt het forfaitbedrag. Werkt u in de aanvang van fase 2B 4,5 maanden, dan zullen de aanvang van fase 21 en van de forfait met 4 maanden worden opgeschoven.

Het loon dat als berekeningsbasis diende voor uw eerste aanvraag (zie percentages in de tabel hoger) blijft van toepassing tenzij u al minstens 2 jaar geen uitkeringen meer hebt ontvangen. In dat geval wordt uw uitkering in principe opnieuw vastgesteld op grond van uw laatst verdiende loon. Wie echter als 45-plusser het werk hervat of van werk verandert om tegen een lager loon te werken en werkloos wordt, zal van zo’n herberekening geen nadeel ondervinden: het voorheen verdiende hogere loon blijft de berekeningsbasis.

Bij deeltijdse tewerkstelling of tewerkstelling in bijzondere beroepen (bv. kunstenaars) gelden speciale regels.

Werkhervattingstoeslag - anciënniteitstoeslag

Wanneer u minstens 55 jaar bent en 20 jaar beroepsverleden als loontrekkende hebt, kunt u, wanneer u het werk hervat, een forfaitair vastgestelde werkhervattingstoeslag van 210,03 euro per maand aanvragen. U kunt het werk hervatten als werknemer, als ambtenaar of als zelfstandige. Het mag niet gaan om een werkgever voor wie u de laatste zes maand al had gewerkt. De toeslag is niet afhankelijk van het werkrooster, het loon of het soort contract. Deze toeslag is eenvoudig te verkrijgen of opnieuw te verkrijgen, zolang de werkhervatting duurt, tot aan het bereiken van de pensioenleeftijd, op grond van een jaarlijks te hernieuwen aanvraag. U kunt onder dezelfde voorwaarden een tijdelijke werkhervattingstoeslag krijgen indien u niet aan de voorwaarde van 20 jaar beroepsverleden voldoet. Deze bedraagt achtereenvolgens 210,03 (eerste 12 maand), 140,02 (volgende 12 maand) en 70,01 (laatste 12 maand) euro per maand. Lees voor meer informatie het infoblad T92.

De anciënniteitstoeslag werd geschrapt vanaf 1 januari 2015. Onder bepaalde voorwaarden kunt u die toeslag nog aanvragen na 31 december 2014, indien u werd ontslagen in het kader van een collectief ontslag, indien u een lange loopbaan bewijst, indien u een zwaar beroep hebt uitgeoefend of indien u arbeidsongeschikt werd verklaard in de bouwsector. Lees voor meer informatie het infoblad T148.

De bevoegdheid inzake de werkhervattingstoeslag werd door de zesde staatshervorming op 1 juli 2014 overgedragen naar het Vlaamse, Waalse en Brusselse Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap. Er werd een overgangsfase voorzien tijdens dewelke RVA deze bevoegdheid voorlopig verder blijft uitoefenen. Lees voor meer informatie het infoblad T92.

De berekening van de maandelijkse uitkering

U kunt een daguitkering ontvangen voor alle dagen van de week, behalve de zondagen. U ontvangt echter geen uitkering voor de dagen waarop u gewerkt hebt of ziek was, voor vakantiedagen die gedekt zijn door vakantiegeld en voor dagen die op uw controlekaart met de letter A worden aangeduid. Soms wordt de zaterdag geheel of gedeeltelijk gelijkgesteld met een gewerkte dag. Het aantal uitkeringen kan verminderd worden ingevolge arbeid op zondag, laattijdige inschrijving als werkzoekende, … Voor personen die vrijwillig deeltijds hebben gewerkt, wordt een aantal halve daguitkeringen toegekend in verhouding tot hun arbeidsregime.

Het bedrag van de daguitkering wordt vastgesteld door het werkloosheidsbureau van de RVA. Van zodra de HVW op de hoogte is van deze beslissing, zal de HVW u hieromtrent informeren.

In een aantal gevallen wordt een bedrijfsvoorheffing ingehouden. Dit wordt vermeld op uw rekeninguittreksel ter gelegenheid van de betaling, naast het dagbedrag, het aantal vergoede dagen en de evt. andere inhoudingen. De informatie die zal vermeld worden, is de volgende:

  • een code die aangeeft dat het op uw zichtrekening overgeschreven bedrag in beperkte mate tegen beslag wordt beschermd: /B/. (vanaf 11/12/2006);
  • uw INSZ identificatienummer sociale zekerheid (zie de achterkant van uw identiteitskaart);
  • de werkloosheidsmaand (bijvoorbeeld 11/2012);
  • het aantal betaalde dagen gevolgd door de letter D (bijvoorbeeld 26D);
  • het bedrag per dag waarop u recht hebt;
  • daarna het totale brutobedrag;
  • heeft u recht op een aanvullende bestaanszekerheidsvergoeding, dan volgen de letters FBZ, en het brutobedrag van deze vergoeding;
  • vervolgens komen de eventuele inhoudingen, de code FIS staat voor de bedrijfsvoorheffing, de code INH staat voor alle andere inhoudingen (beslag, terugvorderingen).

Bijvoorbeeld: /B/ 63070631523 11/12 26DX50,99: 1325,74 FBZ: 60 FIS: 139,82 INH: 50

Als er meerdere dagbedragen in dezelfde maand van toepassing zijn, wordt het totale brutobedrag voor die maand meegedeeld na de vermelding BRUTO. Het aantal dagen en de dagbedragen worden niet vermeld. Voor details omtrent die betaling kan u bijkomende informatie verkrijgen bij de HVW.

Uw uitkering is vatbaar voor afstand of beslag. Indien u een aanvullende vergoeding van uw ex-werkgever ontvangt, worden vanaf 50 jaar in principe inhoudingen voor de sociale zekerheid verricht. Voor concrete informatie over de berekening wendt u zich tot de HVW.

Twijfelt u aan de juistheid van een betaling, neem dan contact op met de HVW. Als u ondanks de uitleg nog steeds niet akkoord gaat met de betaling, kan u aan de directeur van het werkloosheidsbureau vragen het probleem te bekijken. Gebruik hiervoor het formulier C167.3, beschikbaar bij de HVW.

Wenst u meer info?

De voormelde bedragen zijn geldig op de onderaan vermelde datum. Ze kunnen aangepast worden ingevolge wijziging van het indexcijfer.

De bovenstaande uitleg geeft slechts de algemene regels weer. Voor meer informatie kunt u bij de HVW terecht. U kunt er infobladen verkrijgen waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de verschillende onderwerpen. U vindt ook informatie op de website van de RVA (www.rva.be) of deze website.

Laatste aanpassing: 11/09/2019