Infoblad Volledige werkloosheid indien 60 jaar of ouder (C3D)

Dit informatiedocument “Uitkeringsaanvraag als volledig werkloze van 60 jaar of ouder” (hetzij met de aangifteprocedure C99 hetzij met een controlekaart) is bedoeld voor werknemers van ten minste 60 jaar.

Het is niet van toepassing op uw situatie indien u een ‘maxi-vrijstelling’ geniet of genoten hebt vóór 1 januari 2015 (of indien u vóór 1 januari 2015 voldeed aan de voorwaarden voor die vrijstelling). Lees het infoblad T55 ‘Hebt u recht op een vrijstelling van inschrijving als werkzoekende en beschikbaarheid omwille van leeftijd of beroepsverleden?’ (eerste deel).

Dit informatiedocument biedt u een overzicht van uw rechten en plichten en van de belangrijkste zaken die u als werkloze moet weten.

Wat moet u doen?

Dien een uitkeringsaanvraag in zodra u werkloos wordt

Neem onmiddellijk contact op met de HVW, zelfs indien u nog niet in het bezit bent van alle nodige formulieren. De HVW zal u vervolgens de nodige informatie bezorgen.

Schrijf u in als werkzoekende

U moet binnen de 8 dagen na uw eerste werkloosheidsdag contact opnemen met de bevoegde dienst voor arbeidsbemiddeling: de VDAB (te Brussel: ACTIRIS). Het bewijs van inschrijving wordt vermeld op uw controlekaart of op een apart attest. Dien dat attest, in voorkomend geval samen met uw controlekaart, in bij de HVW.

Onder bepaalde voorwaarden kunt u worden vrijgesteld van die verplichting. Lees het infoblad T55 (tweede deel).

Wees beschikbaar voor de arbeidsmarkt

Tewerkstellingscel

Wanneer u ontslagen bent in het kader van een collectief ontslag moet uw werkgever meestal een tewerkstellingscel oprichten. U moet zich in die tewerkstellingscel inschrijven en u laten begeleiden. Tijdens de periode van inschrijving moet u outplacement, een opleiding of een passende tewerkstelling aanvaarden.

Outplacement

Wanneer uw werkgever verplicht is u een outplacement aan te bieden in toepassing van de cao 82 (enkel wanneer de opzeggingstermijn minder dan 30 weken bedraagt), dan moet u:

  1. dat outplacementaanbod aanvaarden en meewerken aan de outplacementbegeleiding;
  2. uw werkgever tijdig in gebreke stellen indien hij u geen outplacement aanbiedt binnen de vastgestelde termijn.

Komt u de bovenstaande verplichtingen niet na zonder geldige reden, dan kunnen uw uitkeringen (tijdelijk) geschorst worden. U kunt bij de HVW het inlichtingenblad over uw rechten en plichten inzake outplacement bekomen.

Passende dienstbetrekking

U moet elk aanbod van passend werk of van een passende opleiding aanvaarden. U moet meewerken met de begeleidings-, opleidings-, werkervarings- of inschakelingsacties die de VDAB (ACTIRIS) u kan voorstellen. Wanneer u werk hebt, mag u daar geen einde aan stellen zonder wettige reden. Indien u door uw werkgever wordt ontslagen, mag dat evenmin te wijten zijn aan foutief gedrag van uzelf. Indien u die verplichtingen niet naleeft, kunnen uw uitkeringen worden geschorst.

Vrijstelling van beschikbaarheid

Onder bepaalde voorwaarden kunt u worden vrijgesteld van die verplichting. Meer informatie daarover vindt u in het infoblad T55 (tweede deel).

Doe de vereiste aangiftes (controlekaart of formulier C99)

De HVW zal u inlichten over de keuze die u heeft:

  • om een controlekaart te gebruiken, ofwel de papieren controlekaart, ofwel de elektronische controlekaart

Op de dagen waarop u werkloos bent (ook zaterdagen, zondagen en feestdagen) vult u niets in. Werkt u, maak dan het vakje van die dag zwart vooraleer u het werk aanvat. Gebruik voor het invullen van de controlekaart onuitwisbare inkt.

Houd de controlekaart altijd bij u, zodat u ze bij een eventuele controle onmiddellijk kunt voorleggen.

De door vakantiegeld gedekte dagen moet u vóór het einde van het jaar opnemen. Doet u dat niet, dan zullen ze worden afgetrokken van uw uitkeringen van de maand december.

Ten vroegste op het einde van de maand brengt u de kaart - ingevuld en ondertekend - bij de HVW binnen.

  • om geen controlekaart te gebruiken

In dat geval moet u elke activiteit die niet mag worden gecumuleerd met uitkeringen melden aan de HVW vooraleer u de activiteit aanvat en dat bij voorkeur via het aangifteformulier C99 beschikbaar bij de HVW. Deze zal u een ontvangstbewijs van het formulier C99 overhandigen, dat u bij dient te houden tot het einde van de maand die volgt op de maand waarin de activiteit aanving en, in geval van controle, aan de gemachtigde ambtenaar moet laten zien. In afwachting van het ontvangstbewijs houdt u een kopie bij u van het aangifteformulier C99 dat u aan de HVW heeft opgestuurd.

Andere vergoedbaarheidsbeletsels (ziekteperiodes, betaalde vakantie, …) moet u op dezelfde manier aangeven vóór het einde van de maand waarin ze zich voordoen.

U neemt vakantie – u verblijft buiten België

U mag 4 weken per jaar vakantie nemen. Bij gebrek aan betaalde vakantiedagen mag u het tekort aanvullen met vergoede werkloosheidsdagen (beide aan te geven, hetzij met C99, hetzij met V indien u een controlekaart bijhoudt). Tijdens die 4 weken moet u niet beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt en mag u in het buitenland verblijven. Bij langer durende onbeschikbaarheid of verblijf in het buitenland bent u niet langer vergoedbaar, tenzij u toestemming hebt gekregen van de RVA-directeur (bv. voor een opleiding, om werk te zoeken …). Vraag eventueel bijkomende informatie aan de HVW.

Om na te gaan of u effectief in België verblijft, kan de RVA u een brief sturen. In dat geval meldt u zich met die brief persoonlijk aan bij uw gemeentebestuur of bij het plaatselijk RVA-kantoor (werkloosheidsbureau). Die dienst vervolledigt de brief. Dien deze in op het einde van de maand, in voorkomend geval samen met uw controlekaart.

Neem onmiddellijk contact op met de HVW

  • in geval van wijziging in uw gezinssituatie of indien de situatie van een persoon met wie u samenwoont verandert (beroepsactiviteit, inkomen …);
  • bij wijziging van adres, van rekeningnummer;
  • wanneer u opnieuw uitkeringen wil vragen na een onderbreking van uw werkloosheid gedurende minstens vier weken (werkhervatting, uitsluiting …);
  • vooraleer u deeltijds begint te werken, een bijberoep aanvat of vrijwilligerswerk verricht;
  • vooraleer u een studie of opleiding aanvat.

Bij aanvang van een periode zonder recht op werkloosheidsuitkeringen, volstaat het dat u dat op uw controlekaart vermeldt of het C99-formulier indient zoals voorgeschreven. Bijvoorbeeld: voltijdse werkhervatting, vestiging als zelfstandige, onbeschikbaarheid voor werk, verblijf in het buitenland,... U hebt geen andere verplichtingen tegenover de RVA. U kunt bij de HVW uitleg krijgen over wat u moet doen om nadien opnieuw uitkeringen te ontvangen.

De toelating tot het recht op uitkeringen

Het recht op werkloosheidsuitkeringen

Om toegelaten te worden tot het recht op werkloosheidsuitkeringen moet u een voldoende aantal arbeidsdagen bewijzen:

  • ofwel 624 dagen tijdens de 42 maanden voorafgaand aan uw aanvraag;
  • ofwel 312 dagen tijdens de 42 maanden die uw aanvraag voorafgaan en 1560 dagen tijdens de 10 jaar die deze 42 maanden voorafgaan;
  • ofwel 416 dagen tijdens de 42 maanden + voor elke dag die ontbreekt om tot 624 dagen te komen, 8 dagen tijdens de 10 jaar die deze 42 maanden voorafgaan.

Sommige dagen worden gelijkgesteld met arbeidsdagen, bv. vergoede dagen van arbeidsongeschiktheid, betaalde vakantie of inhaalrust.

Om het vereiste aantal van 624 dagen te bereiken, kan de periode van 42 maanden worden verlengd wegens bepaalde gebeurtenissen, bv. zelfstandige activiteit, genot van uitkeringen tijdskrediet of deeltijdse arbeid.

Wie vrijwillig deeltijds heeft gewerkt, moet hetzelfde aantal halve arbeidsdagen aantonen in de voormelde referteperiode, verlengd met zes maanden. Er bestaan uitzonderingen waarbij de vrijwillig deeltijdse werknemer gelijkgesteld wordt met een voltijdse werknemer.

Raadpleeg ook het infoblad T31.

Het recht op werkloosheidsuitkeringen na een onderbreking

Vraagt u binnen de 3 jaar na uw laatst vergoede dag opnieuw werkloosheidsuitkeringen aan, dan wordt u weer toegelaten zonder een nieuwe arbeidsperiode te moeten bewijzen. De periode van drie jaar kan verlengd worden om dezelfde redenen als de referteperiode bedoeld onder de vorige titel.

Het bedrag van de uitkering

De invloed van de gezinssituatie

Het bedrag van de werkloosheidsuitkering is afhankelijk van uw gezinssituatie.

Er bestaan 3 categorieën:

  1. Categorie A (samenwonende met gezinslast): u woont samen met een partner die geen inkomen heeft of u woont samen met andere familieleden die geen inkomen hebben of u woont alleen en betaalt onderhoudsgeld;
  2. Categorie N (alleenwonende): u woont alleen en betaalt geen onderhoudsgeld;
  3. Categorie B (samenwonende zonder gezinslast): in alle andere gevallen.

De evolutie van de uitkeringen in de tijd – basisschema

Het bedrag van de werkloosheidsuitkering verlaagt trapsgewijs naarmate u langer werkloos blijft. Het aantal fases die u kan doorlopen, hangt af van uw beroepsverleden:

  • de fases 11, 12 en 13 noemen wij de eerste vergoedingsperiode;
  • de fases 2A, 2B, 21, 22, 23 en 24 noemen wij de tweede vergoedingsperiode;
  • in de kolom "aantal maanden" wordt het aantal maanden weergegeven dat uw uitkering op dat niveau blijft.

Het bedrag van de werkloosheidsuitkering stemt overeen met een percentage van het brutoloon. Bij een eerste aanvraag wordt in principe rekening gehouden met het laatste brutomaandloon, begrensd tot 2.700,75 euro. Het uitkeringsbedrag overeenstemmend met elke trap wordt vastgesteld als volgt:

VergoedingsperiodeBedrag categorie ABedrag categorie NBedrag categorie BAantal maanden
1e vergoedingsperiode - fase 1165% van uw loon begrensd tot 2700,75 euro65% van uw loon begrensd tot 2700,75 euro65% van uw loon begrensd tot 2700,75 euro3
1e vergoedingsperiode - fase 1260% van uw loon begrensd tot 2700,75 euro60% van uw loon begrensd tot 2700,75 euro60% van uw loon begrensd tot 2700,75 euro3
1e vergoedingsperiode - fase 1360% van uw loon begrensd tot de middenloongrens60% van uw loon begrensd tot de middenloongrens60% van uw loon begrensd tot de middenloongrens6
2e vergoedingsperiode - fase 2A60%55%40%2
2e vergoedingsperiode - fase 2B60%55%40%Max. 10
2e vergoedingsperiode - fase 21Vorig vak - 20% van het verschil tussen vorig vak en forfaitVorig vak - 20% van het verschil tussen vorig vak en forfaitVorig vak - 20% van het verschil tussen vorig vak en forfaitMax. 6
2e vergoedingsperiode - fase 22Vorig vak - 20% van het verschil tussen vorig vak en forfaitVorig vak - 20% van het verschil tussen vorig vak en forfaitVorig vak - 20% van het verschil tussen vorig vak en forfaitMax. 6
2e vergoedingsperiode - fase 23Vorig vak - 20% van het verschil tussen vorig vak en forfaitVorig vak - 20% van het verschil tussen vorig vak en forfaitVorig vak - 20% van het verschil tussen vorig vak en forfaitMax. 6
2e vergoedingsperiode - fase 24Vorig vak - 20% van het verschil tussen vorig vak en forfaitVorig vak - 20% van het verschil tussen vorig vak en forfaitVorig vak - 20% van het verschil tussen vorig vak en forfaitMax. 6
Forfaitaire vergoedingsperiodeForfaitForfaitForfaitOnbeperkt

Wenst u het maximum en minimumbedrag – afhankelijk van de gezinssituatie - in de verschillende fases te kennen, raadpleeg dan infoblad T67.

De evolutie van de uitkeringen in de tijd – uitwerking van het basisschema

Het verloop van uw uitkeringen zal in veel gevallen afwijken van het bovenstaand schema. De belangrijkste redenen zijn:

De duur van de tweede vergoedingsperiode vanaf 2B (2B tot 2.4) is afhankelijk van uw beroepsverleden. Per jaar beroepsverleden krijgt u 2 maanden extra in deze periode.

Voorbeeld 1: u hebt nog maar 1 jaar beroepsverleden. U krijgt dus 2 maand toegevoegd (fase 2B). Na 16 maand werkloosheid (11+12+13+2A+2B) valt u terug op het forfaitbedrag.

Voorbeeld 2: u hebt 15 jaar beroepsverleden. U krijgt dus 30 maanden (15 x 2m) toegevoegd: 10 maanden fase 2B, 6 maanden fase 21, 6 maanden fase 22, 6 maanden fase 23 en 2 maanden fase 24

Een blijvende fixering van uw uitkeringsbedrag in de tweede vergoedingsperiode is mogelijk. U geniet dit voordeel vanaf het ogenblik waarop u:

  • na oktober 2012, de leeftijd van 55 jaar bereikt;
  • een voldoende lang beroepsverleden aantoont (meer informatie daarover vindt u in het infoblad T136);
  • volgens een arts aangesteld door de RVA, minstens 33% blijvend verminderd arbeidsongeschiktheid bent.

De blijvende fixering heeft tot gevolg dat u (voor zover er geen indexaanpassing is, uw gezinssituatie niet wijzigt tijdens de verdere duur van uw werkloosheid hetzelfde bedrag zal ontvangen. Het betreft:

  • ofwel het bedrag van de fase 2A, indien u op dat ogenblik al voldoet aan een van de voormelde vereisten;
  • ofwel het bedrag van een latere fase waarin u voor het eerst voldoet aan één van deze vereisten.

Na één of meer werkhervattingen gedurende voldoende tijd geniet u een terugkeer naar de eerste periode. Dit betekent dat u opnieuw de hogere uitkeringen geniet die gelden vanaf fase 11. Onderstaande tabel geeft weer hoeveel arbeid binnen welke periode nodig zijn om de terugkeer te bekomen.

Voltijdse of deeltijdse arbeid?Hoe lang duurt de referteperiode?Hoeveel arbeid?
voltijds (of deeltijds met een loon dat minstens gelijk is aan het referteloon [€1.593,81 bruto/maand] of met een wekelijkse arbeidsduur minstens gelijk aan vier vijfden)18 maanden12 maanden arbeid
minstens halftijds "met behoud van rechten" met of zonder aanvullende uitkering (IGU)33 maanden24 maanden arbeid
minstens één derde "met behoud van rechten" zonder aanvullende uitkering (IGU)45 maanden36 maanden arbeid

In andere gevallen worden de einddata van de lopende en toekomstige fases opgeschoven met de duur van de tussenkomende gebeurtenis. Op die manier dalen uw uitkering niet verder terwijl u er geen beroep op doet. Dit is onder meer het geval bij:

  • voltijds of deeltijds (zonder inkomens-garantie-uitkering) werken gedurende minstens 3 maanden;
  • werken als zelfstandige gedurende minstens 6 maanden;
  • hervatten van voltijdse studies (zonder uitkeringen) gedurende minstens 6 maanden.

Voorbeeld: u geniet, op grond van een beroepsverleden van 6 jaar, 10 maanden fase 2B gevolgd door 2 maanden fase 21, daarna volgt het forfaitbedrag. Werkt u in de aanvang van fase 2B 4,5 maanden, dan zullen de aanvang van fase 21 en van de forfait met 4 maanden worden opgeschoven.

Het loon dat als berekeningsbasis diende voor uw eerste aanvraag (zie percentages in de tabel hoger) blijft van toepassing tenzij u al minstens 2 jaar geen uitkeringen meer hebt ontvangen. In dat geval wordt uw uitkering in principe opnieuw vastgesteld op grond van uw laatst verdiende loon. Wie echter als 45-plusser het werk hervat of van werk verandert om tegen een lager loon te werken en werkloos wordt, zal van zo’n herberekening geen nadeel ondervinden: het voorheen verdiende hogere loon blijft de berekeningsbasis.

Bij deeltijdse tewerkstelling of tewerkstelling in bijzondere beroepen (bv. kunstenaars) gelden speciale regels.

Anciënniteitstoeslag - werkhervattingstoeslag

De anciënniteitstoeslag werd afgeschaft vanaf 1 januari 2015. Onder bepaalde voorwaarden kunt u die toeslag nog aanvragen na 31 december 2014, indien u werd ontslagen in het kader van een collectief ontslag, indien u een lange loopbaan bewijst, indien u een zwaar beroep hebt uitgeoefend of indien u arbeidsongeschikt werd verklaard in de bouwsector. Lees het infoblad T148.

Wanneer u minstens 55 jaar bent en 20 jaar beroepsverleden als loontrekkende hebt, kunt u, wanneer u het werk hervat, een forfaitair vastgestelde werkhervattingstoeslag van 210,03 euro per maand aanvragen. U kunt het werk hervatten als werknemer, als ambtenaar of als zelfstandige. Het mag niet gaan om een werkgever voor wie u de laatste zes maand al had gewerkt. De toeslag is niet afhankelijk van het werkrooster, het loon of het soort contract. Deze toeslag is eenvoudig te verkrijgen of opnieuw te verkrijgen, zolang de werkhervatting duurt, tot aan het bereiken van de pensioenleeftijd, op grond van een jaarlijks te hernieuwen aanvraag. U kunt onder dezelfde voorwaarden een tijdelijke werkhervattingstoeslag krijgen indien u niet aan de voorwaarde van 20 jaar beroepsverleden voldoet. Deze bedraagt achtereenvolgens 210,03 (eerste 12 maand), 140,02 (volgende 12 maand) en 70,01 (laatste 12 maand) euro per maand. Meer informatie daarover vindt u in het infoblad T92.

De bevoegdheid inzake de werkhervattingstoeslag werd door de zesde staatshervorming op 1 juli 2014 overgedragen naar het Vlaamse, Waalse en Brusselse Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap. Er werd een overgangsfase voorzien tijdens dewelke RVA deze bevoegdheid voorlopig verder blijft uitoefenen. Lees voor meer informatie het infoblad T92.

De berekening van de maandelijkse uitkering

U kan een daguitkering ontvangen voor alle dagen van de week, behalve de zondagen. U ontvangt echter geen uitkering voor de dagen waarop u gewerkt hebt of ziek was, voor vakantiedagen die gedekt zijn door vakantiegeld en voor dagen die op uw controlekaart met de letter A worden aangeduid. Soms wordt de zaterdag geheel of gedeeltelijk gelijkgesteld met een gewerkte dag. Het aantal uitkeringen kan verminderd worden ingevolge arbeid op zondag,…

Voor personen die vrijwillig deeltijds hebben gewerkt, wordt een aantal halve daguitkeringen toegekend in verhouding tot hun arbeidsregime.

Het bedrag van de daguitkering wordt vastgesteld door het Werkloosheidsbureau van de RVA. Van zodra de HVW op de hoogte is van deze beslissing, zal de HVW u hieromtrent informeren.

In een aantal gevallen wordt een bedrijfsvoorheffing ingehouden. Dit wordt vermeld op uw rekeninguittreksel ter gelegenheid van de betaling, naast het dagbedrag, het aantal vergoede dagen en de eventuele andere inhoudingen. De informatie die zal vermeld worden is de volgende:

  • een code die aangeeft dat het op uw zichtrekening overgeschreven bedrag in beperkte mate tegen beslag wordt beschermd: /B/. (vanaf 11/12/2006);
  • uw INSZ identificatienummer sociale zekerheid (zie de achterkant van uw identiteitskaart);
  • de werkloosheidsmaand (bijvoorbeeld 11/2012);
  • het aantal betaalde dagen gevolgd door de letter D (bijvoorbeeld 26D);
  • het bedrag per dag waarop u recht hebt;
  • daarna het totaal brutobedrag;
  • heeft u recht op een aanvullende bestaanszekerheidsvergoeding, zal dit blijken uit de letters FBZ, en het brutobedrag van deze vergoeding;
  • vervolgens komen de eventuele inhoudingen, de code FIS staat voor de bedrijfsvoorheffing, de code INH staat voor alle andere inhoudingen (beslag, terugvorderingen).

Bijvoorbeeld: /B/ 63070631523 11/12 26DX50,99: 1325,74 FIS: 133,77 INH: 50

Als er meerdere dagbedragen in dezelfde maand van toepassing zijn wordt het totaal brutobedrag voor die maand meegedeeld na de vermelding BRUTO. Het aantal dagen en de dagbedragen worden niet vermeld. Voor details omtrent die betaling kan u bijkomende informatie verkrijgen bij de HVW.

Uw uitkering is vatbaar voor afstand of beslag. Indien u een aanvullende vergoeding van uw ex-werkgever ontvangt, worden vanaf 50 jaar in principe inhoudingen voor de sociale zekerheid verricht. Voor concrete informatie over de berekening wendt u zich tot de HVW.

Twijfelt u aan de juistheid van een betaling, neem dan contact op met de HVW. Als u ondanks de uitleg nog steeds niet akkoord gaat met de betaling, kan u aan de directeur van het Werkloosheidsbureau vragen het probleem te bekijken. Gebruik hiervoor het formulier C 167.3, beschikbaar bij de HVW.

Wenst u meer info?

De voormelde bedragen zijn geldig op de onderaan vermelde datum. Ze kunnen aangepast worden ingevolge wijziging van het indexcijfer. De voormelde uitleg geeft slechts de algemene regels weer. Voor meer informatie kunt u bij de HVW terecht. U kan er infobladen verkrijgen waar gedetailleerd wordt ingegaan op de verschillende onderwerpen. U vindt ook informatie op de website van de RVA (www.rva.be) of deze website.

Laatste aanpassing: 11/09/2019