Infoblad Volledige werkloosheid met vrijstelling inschrijving als werkzoekende (C3C)

Dit informatiedocument "Uitkeringsaanvraag als volledig werkloze vrijgesteld van inschrijving als werkzoekende" (met een controlekaart C3C) biedt je een overzicht van je rechten en plichten en van de belangrijkste zaken die je als werkloze moet weten.

Wat moet je doen? 

Dien bij het begin van je werkloosheid een uitkeringsaanvraag in

Neem hiervoor onmiddellijk contact op met de HVW, zelfs al ben je nog niet in het bezit van alle nodige formulieren. De HVW zal je dan de nodige informatie geven en je, als je niet opteert voor het gebruik van de elektronische kaart, in het bezit stellen van een papieren controlekaart.

Lees de uitleg op de controlekaart aandachtig.

Ga in voorkomend geval in op een aanbod tot outplacementbegeleiding

Je vrijstelling houdt in dat je niet meer ingeschreven moet zijn als werkzoekende, een aangeboden dienstbetrekking mag weigeren, niet meer beschikbaar moet zijn voor de arbeidsmarkt en vrijgesteld bent van de ambtshalve inschrijving in een PWA.

Wanneer je werkgever verplicht is je een outplacement aan te bieden in toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst (cao) 82, dan moet je evenwel:

  1. dit outplacementaanbod aanvaarden en meewerken aan de outplacementbegeleiding;
  2. je werkgever tijdig in gebreke stellen als hij je geen outplacement aanbiedt binnen de vastgestelde termijn.

Ben je ontslagen in het kader van een herstructurering en is er een tewerkstellingscel, dan moet je je inschrijven in die tewerkstellingscel, het outplacementaanbod aanvaarden en eraan meewerken.

Kom je de bovenstaande verplichtingen niet na zonder geldige reden, dan kunnen je uitkeringen (tijdelijk) geschorst worden. Je kan bij de HVW het inlichtingenblad over je rechten en plichten inzake outplacement bekomen.

Gebruik van de elektronische of papieren controlekaart

  • Op de dagen waarop je werkloos bent (ook zaterdagen, zondagen en feestdagen) vul je niets in.
  • Werk je, maak dan het vakje van die dag zwart vooraleer je het werk aanvat.
  • Bij ziekte vul je de letter Z in
  • bij vakantie vul je de letter V in.

Gebruik voor het invullen van de papieren controlekaart onuitwisbare inkt.

Houd de papieren controlekaart altijd bij je, zodat je ze bij een eventuele controle onmiddellijk kunt voorleggen.

De door vakantiegeld gedekte dagen moet je vóór het einde van het jaar opnemen. Doe je dat niet, dan zullen deze worden afgetrokken van je uitkeringen van de maand december.

Ten vroegste op het einde van de maand bevestigt u de gegevens van uw ingevulde elektronische controlekaart of brengt u de papieren kaart ingevuld en ondertekend bij de HVW binnen.

Om na te gaan of je effectief in België verblijft, kan de RVA je een brief sturen. In dat geval meldt je je met die brief persoonlijk aan bij je gemeentebestuur of bij het plaatselijke werkloosheidsbureau van de RVA. Deze dienst vervolledigt de brief. Dien deze in op het einde van de maand, eventueel samen met je papieren controlekaart.

Ben je 60 jaar of ouder, dan ben je niet verplicht een controlekaart (elektronische of papieren) te gebruiken. Vraag hierover uitleg aan de HVW.

Neem in de volgende gevallen onmiddellijk contact op met de HVW

  • Bij het einde van je vrijstellingsperiode: vraag de gepaste controlekaart. Schrijf je ook binnen de acht kalenderdagen opnieuw in als werkzoekende bij de bevoegde dienst voor arbeidsbemiddeling. Laat het bewijs van inschrijving noteren op uw controlekaart of voeg het erbij bij de indiening op het eind van de maand;
  • In geval van wijziging in je gezinssituatie, adres, rekeningnummer;
  • Wanneer je opnieuw uitkeringen wil vragen na een onderbreking van je werkloosheid gedurende minstens vier weken (ziekte, werkhervatting, uitsluiting, …);
  • Vooraleer je deeltijds begint te werken, een bijberoep aanvat of vrijwilligerswerk verricht;
  • Vooraleer je een studie of opleiding aanvat;
  • Als je 55 jaar of ouder bent en opnieuw begint te werken: misschien kom je in aanmerking voor een werkhervattingstoeslag.

Bij aanvang van een periode zonder recht op werkloosheidsuitkeringen, volstaat het dat je dit op je controlekaart vermeldt zoals deze dit voorschrijft. Bijvoorbeeld: voltijdse werkhervatting, vestiging als zelfstandige, ziekte, verblijf in het buitenland, ... Je hebt geen andere verplichtingen tegenover de RVA. Je kan bij de HVW uitleg krijgen over wat je moet doen om nadien opnieuw uitkeringen te ontvangen.

De toelating tot het recht op uitkeringen

Het recht op werkloosheidsuitkeringen

Heb je voldoende lang gewerkt als loontrekkende, dan kan je recht hebben op werkloosheidsuitkeringen. In een referteperiode, gelegen voor je uitkeringsaanvraag, moet je voldoende arbeidsdagen bewijzen. 

LeeftijdAantal vereiste arbeidsdagenIn referteperiode van
minder dan 36 jaar312 arbeidsdagen (12m)21 maanden
van 36 tot en met 49 jaar468 arbeidsdagen (18m)33 maanden
vanaf 50 jaar624 arbeidsdagen (24m)42 maanden

Sommige niet-gewerkte dagen worden met arbeidsdagen gelijkgesteld (bv. dagen betaalde vakantie, ...). De referteperiode kan worden verlengd door allerlei omstandigheden, bv. een zelfstandige activiteit, verlof zonder wedde voor opvoeding kind… Je wordt ook toegelaten als je voldoet aan de voorwaarde gesteld voor een hogere leeftijdsgroep. Bovendien bestaan er bijzondere regelen die gunstiger zijn, bv. voor personen ouder dan 36 jaar.

Wie vrijwillig deeltijds heeft gewerkt, moet hetzelfde aantal halve arbeidsdagen aantonen in de voormelde referteperiode, verlengd met zes maanden. Er bestaan uitzonderingen waarbij de vrijwillig deeltijdse werknemer gelijkgesteld wordt met een voltijdse werknemer.

Het recht op werkloosheidsuitkeringen na een onderbreking

Vraag je binnen de 3 jaar na uw laatst vergoede dag opnieuw werkloosheidsuitkeringen aan, dan word je weer toegelaten zonder een nieuwe wachttijd of arbeidsperiode te moeten bewijzen. De periode van drie jaar kan verlengd worden om dezelfde redenen als de referteperiode bedoeld in de vorige paragraaf.

Vaststelling van het bedrag van de uitkering - toeslagen

De invloed van de gezinssituatie

Het bedrag van de werkloosheidsuitkering is afhankelijk van je gezinssituatie.

Er bestaan drie categorieën: 

  1. Categorie A (samenwonende met gezinslast): je woont samen met een partner die geen inkomen heeft of je woont samen met andere familieleden die geen inkomen hebben of je woont alleen en betaalt onderhoudsgeld;
  2. Categorie N (alleenwonende): je woont alleen en betaalt geen onderhoudsgeld;
  3. Categorie B (samenwonende zonder gezinslast): in alle andere gevallen. 

De evolutie van de uitkeringen in de tijd – basisschema

Het bedrag van de werkloosheidsuitkering (na arbeidsprestaties) verlaagt trapsgewijs, naarmate je langer werkloos blijft. Het aantal fases die je kan doorlopen, hangt af van je beroepsverleden:

  • de fases 11, 12 en 13 noemen wij de eerste vergoedingsperiode;
  • de fases 2A, 2B, 21, 22, 23 en 24 noemen wij de tweede vergoedingsperiode;
  • in de kolom "aantal maanden" wordt het aantal maanden weergegeven dat je uitkering op dat niveau blijft.

Het bedrag van je werkloosheidsuitkering stemt overeen met een percentage van je brutoloon. Bij een eerste aanvraag wordt in principe rekening gehouden met het laatste brutoloon, begrensd tot 2700,75 euro. Het uitkeringsbedrag overeenstemmend met elke trap wordt vastgesteld als volgt:

VergoedingsperiodeBedrag ABedrag NBedrag BAantal maanden
1e vergoedingsperiode - fase 1165% van je loon begrensd tot 2700,75 euro65% van je loon begrensd tot 2700,75 euro65% van je loon begrensd tot 2700,75 euro3
1e vergoedingsperiode - fase 1260% van je loon begrensd tot 2700,75 euro60% van je loon begrensd tot 2700,75 euro60% van je loon begrensd tot 2700,75 euro3
1e vergoedingsperiode - fase 1360% van je loon begrensd tot de middenloongrens60% van je loon begrensd tot de middenloongrens60% van je loon begrensd tot de middenloongrens6
2e vergoedingsperiode - fase 2A60%55%40%2
2e vergoedingsperiode - fase 2B60%55%40%Max. 10
2e vergoedingsperiode - fase 21Vorig vak - 20% van het verschil tussen vorig vak en forfaitVorig vak - 20% van het verschil tussen vorig vak en forfaitVorig vak - 20% van het verschil tussen vorig vak en forfaitMax. 6
2e vergoedingsperiode - fase 22Vorig vak - 20% van het verschil tussen vorig vak en forfaitVorig vak - 20% van het verschil tussen vorig vak en forfaitVorig vak - 20% van het verschil tussen vorig vak en forfaitMax. 6
2e vergoedingsperiode - fase 23Vorig vak - 20% van het verschil tussen vorig vak en forfaitVorig vak - 20% van het verschil tussen vorig vak en forfaitVorig vak - 20% van het verschil tussen vorig vak en forfaitMax. 6
2e vergoedingsperiode - fase 24Vorig vak - 20% van het verschil tussen vorig vak en forfaitVorig vak - 20% van het verschil tussen vorig vak en forfaitVorig vak - 20% van het verschil tussen vorig vak en forfaitMax. 6
Forfaitaire vergoedingsperiodeForfaitForfaitForfaitOnbeperkt

Wens je het maximum- en minimumbedrag – afhankelijk van de gezinssituatie in de verschillende fases te kennen, raadpleeg dan het infoblad T67.

De evolutie van de uitkeringen in de tijd – uitwerking van het basisschema

Het verloop van je uitkeringen zal in veel gevallen afwijken van het bovenstaand schema. De belangrijkste redenen zijn:

De duur van de tweede vergoedingsperiode vanaf 2B (2B tot 2.4) is afhankelijk van je beroepsverleden. Per jaar beroepsverleden krijg je 2 maanden extra in deze periode.

Voorbeeld 1: Je hebt nog maar 1 jaar beroepsverleden. Je krijgt dus 2 maanden toegevoegd (fase 2B). Na 16 maand werkloosheid (11+12+13+2A+2B) val je terug op het forfaitbedrag;

Voorbeeld 2: Je hebt 15 jaar beroepsverleden. Je krijgt dus 30 maanden (15 x 2m) toegevoegd: 10 maanden fase 2B, 6 maanden fase 21, 6 maanden fase 22, 6 maanden fase 23 en 2 maanden fase 24.

Een blijvende fixering van je uitkeringsbedrag in de tweede vergoedingsperiode is mogelijk. Je geniet dit voordeel vanaf het ogenblik waarop je:

  • na oktober 2012, de leeftijd van 55 jaar bereikt;
  • bewijst dat je beschikt over een voldoende lang beroepsverleden (lees het infoblad T136 voor meer informatie);
  • volgens een arts aangesteld door de RVA, minstens 33% blijvend verminderd arbeidsongeschiktheid bent. 

De blijvende fixering heeft tot gevolg dat je (voor zover er geen indexaanpassing is en uw gezinssituatie niet wijzigt) tijdens de verdere duur van je werkloosheid hetzelfde bedrag zal ontvangen. Het betreft:

  • ofwel het bedrag van de fase 2A, als je op dat ogenblik al voldoet aan een van de voormelde vereisten;
  • ofwel het bedrag van een latere fase waarin je voor het eerst voldoet aan één van deze vereisten. 

Na één of meer werkhervattingen gedurende voldoende tijd geniet je een terugkeer naar de eerste periode. Dit betekent dat je opnieuw de hogere uitkeringen geniet die gelden vanaf fase 11. Onderstaande tabel geeft weer hoeveel arbeid binnen welke periode nodig is om de terugkeer te bekomen.

Voltijdse of deeltijdse arbeid?Hoe lang duurt de referteperiode?Hoeveel arbeid?
voltijds (of deeltijds met een loon dat minstens gelijk is aan het referteloon [€ 1.593,81 bruto/maand] of met een wekelijkse arbeidsduur minstens gelijk aan vier vijfden)18 maanden12 maanden arbeid
minstens halftijds "met behoud van rechten" met of zonder aanvullende uitkering (IGU)33 maanden24 maanden arbeid
minstens één derde "met behoud van rechten" zonder aanvullende uitkering (IGU)45 maanden36 maanden arbeid

In andere gevallen worden de einddata van de lopende en toekomstige fases opgeschoven met de duur van de tussenkomende gebeurtenis. Op die manier dalen je uitkeringen niet verder terwijl je er geen beroep op doet. Dit is onder meer het geval bij: 

  • voltijds of deeltijds (zonder inkomensgarantie-uitkering) werken gedurende minstens 3 maanden;
  • werken als zelfstandige gedurende minstens 6 maanden; 
  • hervatten van voltijdse studies (zonder uitkeringen) gedurende minstens 6 maanden. 

Voorbeeld: Je geniet, op grond van een beroepsverleden van 6 jaar, 10 maanden fase 2B gevolgd door 2 maanden fase 21, daarna volgt het forfaitbedrag. Werk je in de aanvang van fase 2B 4,5 maanden, dan zullen de aanvang van fase 21 en van de forfait met 4 maanden worden opgeschoven.

Het loon dat als berekeningsbasis diende voor je eerste aanvraag (zie percentages in de tabel hoger) blijft van toepassing tenzij je al minstens twee jaar geen uitkeringen meer hebt ontvangen. In dat geval wordt je uitkering in principe opnieuw vastgesteld op grond van je laatst verdiende loon. Wie echter als 45-plusser het werk hervat of van werk verandert om tegen een lager loon te werken en werkloos wordt, zal van zo’n herberekening geen nadeel ondervinden: het voorheen verdiende hogere loon blijft de berekeningsbasis.

Bij deeltijdse tewerkstelling of tewerkstelling in bijzondere beroepen (bv. kunstenaars) gelden speciale regels.

Werkhervattingstoeslag - anciënniteitstoeslag

Als je minstens 55 jaar bent en 20 jaar beroepsverleden als loontrekkende hebt, kan je, wanneer je het werk hervat, een forfaitair vastgestelde werkhervattingstoeslag van 210,03 euro per maand aanvragen. Je kan het werk hervatten als werknemer, als ambtenaar of als zelfstandige. Het mag niet gaan om een werkgever voor wie je de laatste zes maand al had gewerkt. De toeslag is niet afhankelijk van het werkrooster, het loon of het soort contract. Deze toeslag is eenvoudig te verkrijgen of opnieuw te verkrijgen, zolang de werkhervatting duurt, tot aan het bereiken van de pensioenleeftijd, op grond van een jaarlijks te hernieuwen aanvraag. Je kan onder dezelfde voorwaarden een tijdelijke werkhervattingstoeslag krijgen als je niet aan de voorwaarde van 20 jaar beroepsverleden voldoet. Deze bedraagt achtereenvolgens 210,03 (eerste 12 maand), 140,02 (volgende 12 maand) en 70,01 (laatste 12 maand) euro per maand. Lees voor meer informatie infoblad T92.

Sommige oudere werknemers hebben als volledig werkloze recht op de anciënniteitstoeslag: bij ontslag in het kader van een herstucturering, na tewerkstelling in een zwaar beroep of in geval van een beroepsverleden als loontrekkende van minstens 35 jaar. Als je de anciënniteitstoeslag reeds ontvangen hebt in 2014, kan je hem blijven ontvangen. Lees voor meer informatie het infoblad T148.

De bevoegdheid inzake de werkhervattingstoeslag werd door de zesde staatshervorming op 1 juli 2014 overgedragen naar het Vlaamse, Waalse en Brusselse Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap. Er werd een overgangsfase voorzien tijdens dewelke RVA deze bevoegdheid voorlopig verder blijft uitoefenen. Lees voor meer informatie het infoblad T92.

De berekening van de maandelijkse uitkering

Je kan een daguitkering ontvangen voor alle dagen van de week, behalve de zondagen. Je ontvangt echter geen uitkering voor de dagen waarop je gewerkt hebt of ziek was, voor vakantiedagen die gedekt zijn door vakantiegeld en voor dagen die op uw controlekaart met de letter A worden aangeduid. Soms wordt de zaterdag geheel of gedeeltelijk gelijkgesteld met een gewerkte dag. Het aantal uitkeringen kan ook verminderd worden ingevolge arbeid op zondag, laattijdige inschrijving als werkzoekende, ... Voor personen die vrijwillig deeltijds hebben gewerkt, wordt een aantal halve daguitkeringen toegekend in verhouding tot hun arbeidsregime.

Het bedrag van de daguitkering wordt vastgesteld door het werkloosheidsbureau van de RVA. Zodra de HVW op de hoogte is van deze beslissing, zal ze je daarover informeren.

In een aantal gevallen wordt een bedrijfsvoorheffing ingehouden. Dit wordt vermeld op je rekeninguittreksel ter gelegenheid van de betaling, naast het dagbedrag, het aantal vergoede dagen en de evt. andere inhoudingen. De informatie die zal vermeld worden, is de volgende:

  • een code die aangeeft dat het op je zichtrekening overgeschreven bedrag in beperkte mate tegen beslag wordt beschermd: /B/. (vanaf 11/12/2006);
  • je INSZ (identificatienummer sociale zekerheid - zie achterkant van je identiteitskaart);
  • de werkloosheidsmaand (bijvoorbeeld 11/2012);
  • het aantal betaalde dagen gevolgd door de letter D (bijvoorbeeld 26D);
  • het bedrag per dag waarop je recht hebt;
  • daarna het totale brutobedrag;
  • heb je recht op een aanvullende bestaanszekerheidsvergoeding, dan volgen de letters FBZ, en het brutobedrag van deze vergoeding;
  • vervolgens komen de eventuele inhoudingen, de code FIS staat voor de bedrijfsvoorheffing, de code INH staat voor alle andere inhoudingen (beslag, terugvorderingen).

Bijvoorbeeld: /B/ 63070631523 11/12 26DX50,99: 1325,74 FIS: 133,77 INH: 50

Als er meerdere dagbedragen in dezelfde maand van toepassing zijn wordt het totale brutobedrag voor die maand meegedeeld na de vermelding BRUTO. Het aantal dagen en de dagbedragen worden niet vermeld. Voor details over die betaling kan je bijkomende informatie verkrijgen bij de HVW.

Je uitkering is vatbaar voor afstand of beslag. Als je een aanvullende vergoeding van je ex-werkgever ontvangt, worden vanaf 50 jaar in principe inhoudingen voor de sociale zekerheid verricht. Voor concrete informatie over de berekening wend je je tot de HVW.

Twijfel je aan de juistheid van een betaling, neem dan contact op met de HVW. Als je ondanks de uitleg nog steeds niet akkoord gaat met de betaling, kan je aan de directeur van het werkloosheidsbureau vragen het probleem te bekijken. Gebruik daarvoor het formulier C167.3, beschikbaar bij de HVW.

De voormelde bedragen zijn geldig op de onderaan vermelde datum. Ze kunnen aangepast worden ingevolge wijziging van het indexcijfer.

Wens je meer info?

De voormelde uitleg geeft slechts de algemene regels weer. Voor meer informatie kan je bij de HVW terecht. Je kan infobladen verkrijgen waar gedetailleerd wordt ingegaan op de verschillende onderwerpen. Je vindt ook informatie op de website van de RVA (www.rva.be) of op deze website.

Laatste aanpassing: 24/02/2020